Over het boek

Je hebt geen boekje in handen van een tuingoeroe. De schrijver heeft geen jarenlange ervaring in een hortus botanicus, noch heeft ze een overweldigende passie voor tuinieren die ze botviert in een volkstuintje. Ik heb bruine vingers, en wil groene. Tuinboeken en tuintijdschriften die ik daarvoor inkeek, waren opgemaakt in ranke, zwierende lettertypes gedrenkt in spruitjesgeur, vol met tips als: ‘Het is ook enig om een pindaslinger op te hangen.’ Of ze gingen meteen de diepte in begonnen met een boodschappenlijst voor de beginnende tuinier met daarop zaken als een hydrometer, een kweekkast en drie snoeischaren. Het eerste is ergerlijk, het tweede is onzinnig. Tuinieren kun je ook met je handen en een paar euro.

Ik wilde een boekje dat me gewoon vertelt hoe het zit met planten en mij niet het gevoel geeft dat tuinieren iets is voor MAX-kijkers. Een simpel boekje dat mij leert hoe ik mijn planten in leven kan houden. Een boekje dat ook mijn vrienden – stadse twintigers en dertigers – vertelt hoe ze hun balkons, platjes en dakterrassen groen houden. Want ook zij laten elke lente weer, net als ik, vol goede moed tientallen of zelfs honderden euro’s achter bij tuincentra om dat geld vervolgens in rot en of verdroging op te zien gaan.

Dat moet beter kunnen, dacht ik.
David Pino heeft dit boekje vormgegeven, waardoor geraniums, viooltjes en ranonkels niet meer tuttig zijn, maar stoer. Waardoor er geen spruitjesgeur door dit boekje waart, maar een mix van heet teer en kamperfoelie. Waardoor je zin krijgt in je hoge tuintje.

Jan-Dirk van der Burg maakte de foto’s, die geen balkons laten zien waar drie stylisten een week aan hebben gewerkt, maar gewoon balkons zoals ze zijn. En zoals jij ze ook kunt maken.

En ik heb me verdiept in tuinieren. Een beetje op mijn eigen balkon, en nog veel meer in boeken en op internet. En heb alleen opgeschreven wat ik zelf zou willen weten.



Plaats uw reactie


Naam

Email(wordt niet getoond)

Website

Uw reactie